De gemeente Maasdonk heeft ruim 11.000
inwoners en ligt aan de A59 tussen Oss en 's-Hertogenbosch. Het totale
oppervlak van de overwegend agrarische gemeente is 3.723 ha.
Onze gemeente is de groene buffer tussen de meer verstedelijkte gebieden
Oss en 's-Hertogenbosch. Dit groene gebied is kenmerkend voor de sfeer
in de drie dorpskernen. Rust en ruimte zijn dan ook de juiste woorden om
de dorpen mee te beschrijven.
Het gebied, (De Lage Maaskant), kent een grote agrarische sector, die
werk biedt aan ongeveer éénderde van de beroepsbevolking. Daarnaast is
er zeer veel overwegend kleinschalige bedrijvigheid, een rijk en
bloeiend verenigingsleven en een breed respect voor het behoud van de
waardevolle zaken van weleer.
Op 1 januari 1993 werden de dorpen
Geffen, Nuland en een gedeelte van Vinkel samengevoegd tot de nieuwe
gemeente Maasdonk. Pas later werden ook de overige delen van Vinkel
toegevoegd, zodat de gemeente Maasdonk nu bestaat uit Geffen, Nuland en
Vinkel.
Over de historie van de voormalige gemeenten Geffen en Nuland is een
uitgebreid boekwerk verschenen onder de titel "Waar land en water elkaar
ontmoetten", geschreven door drs. H. Buijks, streekarchivaris.
Een donk is een hoogte nabij een
vochtig en in ieder geval lager gelegen gebied. Op zo'n hoogte zijn vaak
dorpen of gehuchten gebouwd, die als een soort eilanden of
schiereilanden worden omringd door laagten. De Maasdonkse situatie lijkt
daarop. Vooral sinds de 18de eeuw werd het grondgebied van onze gemeente
vaak langs twee kanten door het water belaagd.
Het noorden werd dan overstroomd door de Beersche Maas, terwijl vanuit
het zuiden het water van de Aa kwam opzetten. Bekend is dat ten gevolge
daarvan, de inwoners van Vinkel die toen in Nuland moesten kerken, dan
alleen met bootjes in Nuland konden komen. Dat was één van de argumenten
om Vinkei in 1884 een eigen parochiekerk te gunnen. Met name de
dorpskommen van Geffen en Nuland bleven zelfs bij hoog water droog, maar
van Nuland vertellen de 19-eeuwse archieven wel, dat de toenmalige
katholieke kerk (de "polderkerk") soms blank kwam te staan en de doden
daar niet konden worden begraven; de lijken bleven dan enkele weken op
één van de torenzolders staan. Ten gevolge van deze Nulandse
waterellende bouwde men later de nieuwe kerk enkele honderden meters
zuidwaarts, op hogere grond.
De blijvend droge stukken van Geffen en Nuland lagen dus als het ware
als donken in een lager gelegen gebied, dat langs twee kanten door water
kon worden bedreigd. Het peil van de Maas was beslissend voor de mate
van wateroverlast, waarmee de naam "Maasdonk" dus is verklaard.
www.maasdonk.nl (bron)
|
 |
|